BBL bijdrage Sport en Beweegvisie 2016-2020

In de meningsvormende vergadering van dinsdag 22 november werd het Raadsvoorstel Sportvisie (pdf) en de onderliggende Sport en beweegvisie 2016-2020 (pdf) behandelt. Hieronder de bijdrage van de Brede Beweging LinksOm die door fractievoorzitter Patrick van der Voort werd voorgedragen.

De Brede Beweging LinksOm zit hier met een tweeslachtig gevoel. Enerzijds omdat BBL het positief vindt dat er nu eindelijk een visie op sport is. Naar onze mening leidt sporten en meer bewegen tot een gezondere en socialere samenleving. De sportvisie sluit hierop aan en geeft een beeld hoe het sporten en bewegen de komende jaren gestimuleerd kan worden. Wat dit betreft zijn wij tevreden. Maar wij hebben een moeilijkheid. Wij constateren dat in deze visie keuzes worden gemaakt zonder dat deze keuzes financieel zijn vertaald. En dat baart BBL grote zorgen.

De keuze voor Urban bijvoorbeeld. Kan het college een keiharde garantie geven dat bij een keuze voor Urban sport niet ingeleverd hoeft te worden door de breedtesport? Niet op accomodatie, beleving en ondersteuning? Het sportbudget immers blijft gelijk of krimpt eigenlijk ten opzichte van die van dit jaar. En de wethouder hoefde er geen geld bij, zo bezwoer hij toen hij de door BBL ondersteunde motie vh CDA afwees, voor 5 ton extra voor sport, bij de begrotingsbehandeling.

Met betrekking tot de keuze voor urban sport, vraagt BBL zich ook af of onze stad wel de concurrentieslag aan moet gaan met steden waarin nu al vele tonnen in Urban sport wordt geinvesteerd zoals in Amsterdam. Immers wij kunnen een dergelijke concurrentie met ons huidig sportbudget nooit en te nimmer aan. En houdt meer ruimte voor Urban Sport om te groeien ook in dat we daarvoor gaan bouwen/verbouwen? Hoe dan en hoeveel gaat dit kosten? BBL maakt zich dan ook zorgen dat onze stad daarom de mooie beloftes en de ambitieuze doelen niet waar kan maken zonder drastisch te snijden in breedtesport. En daar zijn wij mordicus tegen.

Dan het actiepunt/looplijn dat sportclubs meer en vaker hun maatschappelijke taken oppakken. Heel mooi en een ambitie waar BBL ook graag voor wil gaan. Alleen is ons onduidelijk hoe het college dit wil bereiken. In de visie van BBL heeft sport en dan vooral sport in verenigings- en teamverband, een uiterst belangrijke maatschappelijke en sociale functie. Sport verbroedert, verbindt en leert om te gaan met verschillen. Sport is daarom meer dan een spelletje en wordt zo ook een middel om maatschappelijke en sociale doelen dichterbij te brengen. BBL is voorstander om in wijken, jeugd en volwassenen georganiseerd en duurzaam te stimuleren om meer te bewegen. Bijvoorbeeld in wijksportclubs in samenwerking met bestaande sportverenigingen. Maar zo een taak neerleggen bij hoofdzakelijk vrijwilligers vinden wij een mislukking financieren.

Om hun maatschappelijke taak op te pakken en te ontwikkelen is onze fractie het met de Eindhovense Sportraad (ESR) eens dat sportverenigingen professionele ondersteuning hierop nodig hebben. Maar hoe gaan we dit doen zonder extra budget, zonder de sportverenigingen er bij te betrekken en zonder te snijden in het huidige aanbod in de breedtesport? Gaan er accomodaties gesloten worden als het college gaat clusteren en terreinen multifunctioneel gaat gebruiken? In dat opzicht wil BBL harde toezeggingen van het college dat de uitwerking van de sportvisie transparant gedaan wordt en dat betrokken sportverenigingen en ESR zeggenschap krijgen bij beschikbaarheid van accomodaties en bij de verplaatsing van groepen. Verder vindt BBL dat onderzocht moet worden wat de maatschappelijke en sociale gevolgen zijn wanneer overwogen wordt een accomodatie te sluiten. In deze zin moeten ook de wijkbewoners waarin de accomodatie staat betrokken worden bij het proces.

En dan de vitaliteit van sportverenigingen. Door een reeks van overheidsbezuinigingen en lastenverzwaringen komen de gewone sportverenigingen in het nauw. BBL maakt zich zorgen om de financiële situatie van sportverenigingen en hun capaciteiten om de vereniging goed te leiden en te begeleiden. We zien dat minder dan de helft van de sportverenigingen er in slaagt om voldoende (vrijwillig) kader te werven en dat er vrijwel geen tijd noch menskracht is om adequaat aandacht te besteden aan de maatschappelijke taken van de sportverenigingen. En dat terwijl bijna elke club onderschrijft dat ze een belangrijke sociale functie heeft. Gezien deze feiten vraagt BBL zich af hoe de wethouder concreet de looplijn ‘vitale en maatschappelijk betrokken sportorganisaties’ gaat uitrollen en welke ondersteuning de clubs hierop concreet mogen verwachten.

Wat betreft het Centrum voor Topsport en Onderwijs Eindhoven (CTO) vraagt BBL zich af wat concreet bedoeld wordt wanneer het CTO verbindingen gaat leggen met het bedrijfsleven om zo haar financiële positie meer te verstevigen en wat dit voor gevolgen zal hebben voor de sponsormogelijkeden van breedtesportverenigingen en wat zij hiermee concreet kunnen winnen. Ook vraagt BBL zich af of het CTO wel voldoende aansluiting vindt in hun werkwijze en op vragen van uit de breedtesport. BBL hoort graag van de wethouder hoe hij dit ziet.

Tot slot. Als het gaat om verbindingen naar het bedrijfsleven zouden we graag een nieuwe looplijn zien. Namelijk het stimuleren van sporten en bewegen bij bedrijven en instellingen. Het zou prachtig zijn als het Eindhovens bedrijfsleven daarvoor met steun van de overheid en sportpartners een eigen actielijn op zou ontwikkelen en uiteraard ook zelf zou financieren. Ook zijn we voorstander dat bedrijven gestimuleerd worden om vrijwilligers te leveren voor sporten en bewegen bij sportverenigingen of bij projecten in de openbare ruimte.