BBL komt met 2 moties bij behandeling Kadernota 2017

Dinsdag 19 juli 2016 presenteerde de Brede Beweging LinksOm, tijdens de behandeling van de gemeentelijke Kadernota 2017, 2 moties. Beide moties werden na een gedeeltelijke toezegging van de verantwoordelijke wethouder niet in stemming gebracht. Uiteraard houdt BBL het verloop nu goed in de gaten en zal indien nodig de moties op een later tijdstip opnieuw aanbieden.

Motie ‘Terughoudend bij opleggen strafkorting in situaties van ernstige schuldenproblematiek’

Bij de raadscommissie behandeling van de Kadernota pleitte Brede Beweging LinksOm voor proactieve en preventieve actie op de ernstige schuldenproblematiek. Met deze motie roepen we het college op, de raad een voorstel voor te leggen hoe beter om te gaan met huishoudens met ernstige schuldenproblematiek in relatie met oplegging van een strafkorting op de bijstand. Daarbij is het volgens ons handig wanneer duidelijker beschreven wordt, wanneer de indicatie wordt gegeven van huishouden met schuldenproblematiek.

Waarom deze motie

Sinds 1 juli 2012 zijn gemeenten eindverantwoordelijk voor de Schuldhulpverlening van haar inwoners, vastgelegd in de Wet op de Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) van 2012. Een citaat uit de Memorie van Toelichting aan de Tweede Kamer. “Problematische schulden zijn een belangrijke belemmerende factor voor (volwaardige) participatie van burgers in de samenleving. (De regering heeft ambitieuze doelstellingen geformuleerd op het gebied van armoedebestrijding en schuldenproblematiek). Problematische schulden moeten volgens de wetgever zoveel mogelijk voorkomen, dan wel opgelost worden. Van een problematische schuldsituatie is volgens de regering sprake indien “van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of indien hij heeft opgehouden te betalen”.

Onze doelen:
1. zicht krijgen op hoe omgegaan wordt met Het opleggen van een strafkorting in situaties van ernstige schuldenproblematiek en in het aantal gevallen.
2. voorkoming en bestrijding van armoede en schuldenproblematiek.
3. belemmering voor volwaardige participatie wegnemen.

Hoe?

Meten is weten. Na de beoordeling door de generalist of en in welke mate sprake is van ernstige schulden problematiek in het huishouden wordt dit geregistreerd. Juist door te registreren, kan worden vastgesteld of zorgvuldig is omgegaan bij het opleggen van een strafkorting. En natuurlijk dient de registratie op dusdanige wijze te gebeuren dat de privacy gegarandeerd is.

Waarom?

Wij missen nu de cijfers bij hoeveel cliënten terughoudendheid is toegepast en in welke vorm of mate. En in deze zin ook het inzicht in hoe wij als gemeente op deze problematiek handelen. Voor alle duidelijkheid, de motie wil niet registreren waar de schulden door ontstaan zijn en ook niet in hoeverre de persoon zelfredzaam is. Ook willen we niet vastleggen hoe hoog de boetes zijn. Het gaat er om duidelijk en controleerbaar te regelen hoe de samenwerking tussen de generalist en de W&I ambtenaar verloopt en hoe omgegaan wordt met de mogelijkheid van sanctie oplegging. De generalist hoeft geen details aan W&I te verstrekken, een negatief advies tot sanctionering volstaat. En als W&I ondanks een negatief advies toch een strafkorting wil opleggen, is het logisch dat daarover verantwoording volgt.

Immers waar blijft de generalist om maatwerk te kunnen verrichten. In de rapportage zien we graag het aantal keren wanneer een advies van de generalist wel is opgevolgd, wanneer niet en het aantal keren dat in gezamenlijkheid tot een ander besluit is gekomen en geobjectiveerde redenen voor dat besluit.

Deze informatie lijkt ons ook interessant voor WIJeindhoven. Immers, WIJeindhoven is een lerende organisatie. Dan lijkt het logisch ook op deze problematiek te leren. Door het (anoniem) registreren wordt het voor de organisatie mogelijk ervaringen en inzichten beter te delen. Bv om de kwaliteit van een advies te verhogen.

In de Fraudewet staat wat niet mag, niet hoe hiermee moet worden omgegaan door de ambtenaren. De invulling en beoordeling van de situatie liggen bij de ambtenaar zelf. De constatering dat er een overtreding is begaan (volgens de Fraudewet) wordt in deze motie niet ter discussie gesteld. Het gaat ons erom hoe hier vervolgens op gehandeld wordt. En wordt hier zorgvuldigheid in betracht, wordt indien nodig gekoppeld met de generalist wordt er zo wenselijk maatwerk verricht? En zo ja, toon dat aan.

Deze motie (pdf) werd mede ingediend door het OAE.

Motie ‘Afschaffen Wettelijk Minimum Jeugdloon’

Net als andere landen heeft ook ons land enkele vreemde normen. Zo mogen jongeren vanaf 18 jaar stemmen, mogen ze zelfstandig autorijden, alcohol drinken en zijn ze zelf verantwoordelijk voor schulden, leningen en misdrijven. Maar een volwassen loon krijgen ze pas vanaf hun 23e jaar. Deze mispeer heeft het voor jongeren altijd moeilijker gemaakt een economisch zelfstandig en zelfredzaam leven in te richten.

Samen met tienduizenden jongeren was ik begin jaren ’80 zeer actief tegen deze onredelijke jeugdlonen. Ik vond toen en nu dat bij gelijk werk, ook gelijk loon hoort. Hoogtepunt waren de jaarlijkse demonstraties in Den Bosch waaraan ieder jaar 30- tot 40.000 jongeren deelnamen. De demonstratie werd steevast gevolgd door een manifestatie met veel muziek. Nu bekend als het Bospop festival. Maar gelukkig, vanaf 1 juli volgend jaar worden stappen gezet om het minimumjeugdloon af te schaffen. Jongeren worden dan als echte volwassenen gezien en krijgen minimaal het wettelijk minimumloon. Eerst vanaf 21 jaar.

Met onze motie roepen we het college op om een voorstel uit te werken zodat jongeren in de eigen werkorganisatie minimaal het wettelijk minimumloon betaald krijgen. We vinden het opvallend dat het hier gaat om 8 BBL-ers. Dit voorstel dient ook dusdanig uitgewerkt te worden dat het opgenomen kan worden in eigen Rechtspositieregeling. En we zien graag uitgewerkt hoe het overleg gestart wordt met verbonden partijen en gesubsidieerde instellingen hoe zij werken naar afschaffing van betaling van wettelijk minimum jeugdlonen in hun organisaties.

Ten tweede roept de motie het college op om het gesprek aan te gaan met bedrijven en organisaties om op dit punt veranderingen door te voeren in hun interne organisatie. En ten derde om in de regionale samenwerkingsverbanden een oproep te doen om de wettelijke minimumjeugdlonen in de eigen organisaties uit te bannen.

Deze motie (pdf) werd mede ingediend door de SP, OAE en CU