Debat over WerkLeerBedrijf verzandt in jij-bakken

Het door de Brede Beweging Linksom aangevraagde debat over wantoestanden binnen – en verbetervoorstellen voor – het WerkLeerBedrijf (WLB) verzandde afgelopen dinsdag 31 maart in wat men ook wel jij-bakken noemt. Waar de BBL en Groen Links repten over signalen dat zowel de bejegening van werkzoekenden als het bieden van maatwerk tekort schiet, had wethouder Depla tijdens een werkbezoek heel andere geluiden gehoord. En dus was hij onvermurwbaar in zijn opvatting dat het WLB een instrument is dat een bijdrage levert.

Toch kan de BBL tevreden zijn met enkele kleine toezeggingen: er komt een deelnemersonderzoek naar de beleving, er komt meer maatwerk door het inschakelen van een uitzendbureau en de wethouder zegde meermalen toe dat er naast een strenge houding ook een respectvolle bejegening moet zijn met ruimte voor een spreekwoordelijke aai.


Reportage Studio040

Het debat kwam moeizaam op gang. En dat kwam mede doordat Hafid Bouteibi (PvdA) al van meet af aan zout legde op procedurele slakken. Vanaf de publieke tribune is het dan moeilijk om de aandacht erbij te houden. Niettemin lichtte Patrick van der Voort (BBL) zijn inbreng mondeling toe, en verraste daarbij vriend en vijand. Want waar men vooraf op een verhaal rekende dat bol zou staan van termen dat het WLB een werkkamp is en de werkcoaches boemannen, deed Van der Voort juist een aantal handreikingen en verbetervoorstellen waarop ook de coalitiepartijen moesten toegeven dat het allemaal erg genuanceerd klonk. Het ontlokte Bouteibi zelfs een meedenkertje, namelijk dat hij zich prima kan voorstellen dat mensen die voorafgaand aan het WLB-traject zelf al een tegenprestatie biedende activiteit kunnen overleggen, in zijn ogen gevrijwaard zouden kunnen worden van deelname aan het WLB.

Wethouder Depla steunde zijn partijgenoot niet in die opvatting en stelt dat minimaal drie weken deelname aan het WLB-traject ook nodig zijn voor de werkcoaches om een beeld van de werkzoekende te vormen. Maar erg star het huidige WLB-beleid voortzetten, daarbij heeft ook de wethouder wat vraagtekens. “Mensen die zich voor de derde maal op rij aan de poort van net WLB melden, daarvan moeten we ons echt afvragen of een hernieuwde deelname zinvol is en of er geen beter alternatief is”, verduidelijkte hij. Ook zag hij tijdens zijn werkbezoek dat een steeds groter deel WLB-deelnemers activiteiten verricht in zelfgekozen richtingen. En dat wil hij ook meer stimuleren. Zo zou er een uitzendbureau moeten komen dat werkzoekenden meer variatie biedt in de te kiezen activiteiten. “Het is niet zo dat we deelnemers in een vast stramien van 12 weken willen vasthouden. Na 3 weken ben je vrij om zelf invulling te geven aan het traject”, aldus Depla.

Verder dan deze toezeggingen, en de toezegging dat weldra een onderzoek gestart zal worden om na te gaan hoe deelname aan het WLB nu werkelijk wordt beleefd, ging de wethouder niet. Opmerkingen over mogelijk schadelijke bejegening van deelnemers, ongeoorloofde sanctionering bij overtreding van regels, problemen van deelnemers met een taalachterstand en barre arbeidsomstandigheden werden verveeld weggewuifd. “Volgens recente cijfers stroomt bijna de helft van het aantal deelnemers uit naar betaald werk. Daarmee levert het instrument een te belangrijke bijdrage om te zeggen: laten we dat maar weggooien.”

De wethouder kreeg daarbij steun van Leefbaar Eindhoven-commissielid Maarten van der Mésche, die als oud deelnemer aan het WLB-traject repte over zijn goede ervaringen. En zo eindigde het debat waarmee het begon. Een jij-bak van jewelste. Al wilde Van der Mésche wel nog kwijt dat hij zich kan voorstellen dat niet iedereen het WLB-traject zo zou beleven als hij dat deed. “In een café vindt ook niet iedereen de muziek leuk die de DJ op dat moment draait.”