Reactie BBL op het Raadsvoorstel Strategisch plan GRWRE 2017 2020 en aanpassing van de regeling GRWRE

Op dinsdagavond 14 maart 2017 werd tijdens de meningsvormende vergadering van de gemeenteraad het Raadsvoorstel met nadere toelichting Strategisch plan GRWRE 2017 2020 en aanpassing van de regeling GRWRE besproken. Hieronder leest u de reactie van de Brede Beweging LinksOm die door fractievoorzitter Patrick van der Voort werd voorgedragen.

De Brede Beweging LinksOm is positief over de inspanningen die het GRWRE met dit Strategisch Plan wil doen voor de huidige sociale werkplekken en toekomstige loonkosten subsidiewerkplekken. Wij hadden graag gezien dat met dit Strategisch plan ook kaders of aanzetten daartoe besproken zouden kunnen worden voor de brede uitvoering van de participatiewet. Door het versnipperd te bespreken wordt samenhang en overzicht gemist wat kan leiden tot ondoorzichtige keuzes.

Zo missen we bijvoorbeeld kaders en stimuleringsmaatregelen voor de 55-plussers en participatiewetters met een migrantenachtergrond. En met betrekking tot het Werkleerbedrijf wordt in het raadsvoorstel (pag 3-4 punt 1.1.3) wel ingezet op doorontwikkeling, maar zonder inzicht te geven op welke wijze en met welke ambitie het college dit wil doen.

BBL hoort graag van de wethouder op welke wijze de raad betrokken gaat worden bij het ontwikkelen van het uitvoeringsplan en hoe de aandacht voor extra kwetsbare groepen geborgd gaat worden.
Verder wil Brede Beweging LinksOm op het Strategisch Plan de volgende kaders terug zien:

  1. Werkwijze en professionalisering; welke vraag is leidend en hoe wordt vorm gegeven aan zelfsturing en maatwerk. Neem als kader op dat coaches en consulenten (ook van het Werkleerbedrijf) gedifferentieerd kunnen werken met groepen en daarop bijgeschoold en getraind worden. En ook belangrijk: maak hiervoor budget vrij. Bij het ontbreken van een duidelijke inkadering, wordt de schijn gewekt dat hier alleen maar met politiek correcte termen gegooid wordt om mogelijke kritiek te pareren.
  2. Borging tegen verdringing. Benoem instrumenten tegen verdringing i.h.a en i.h.b naar de huidige sw-ers, van participatiewet-instromers op bestaande volwaardige werkplekken. Breng deze in kaart en geef aan hoe deze te borgen in de te volgen begeleidingstrajecten.
  3. Stel als kader dat ingezet wordt op duurzame inzet van geplaatste medewerkers. Speerpunten hierbij: economisch zelfstandig inkomen, contracten van minimaal 1 jaar.

In het strategisch plan (pag 14) staat dat straffen beter werkt dan belonen. BBL wil dat dit uitgangspunt in zijn geheel uit de voorliggende plannen wordt gehaald en dat iedere verwijzing hiernaar geschrapt wordt. Voor ons is dit een zeer wezenlijk punt.

In een toelichting van het college wordt daar afstand van genomen door te verwijzen naar de inzet om de intrinsieke motivatie van de cliënt te versterken. In de beantwoording van de vragen van GroenLinks stelt het college dat ingezet wordt op toepassing van motivational interviewing. Brede Beweging LinksOm heeft grote twijfels op inzet van deze techniek, die vooral een bruikbare methode is voor mensen die weigerachtig zijn, weerstand vertonen en ambivalent staan tegenover verandering. MI is afkomstig uit de verslavingszorg, en wordt ook gebruikt in de reclassering.

Vervolgens enkele opmerkingen over de cliëntenparticipatie. Brede Beweging LinksOm heeft met treurnis kennis genomen van het gevolgde proces rondom de cliëntenparticipatie. Net als een grote meerderheid in deze raad hebben wij ons sterk gemaakt voor een op co-creatie gerichte cliëntenparticipatie. Ook het college maakt zich hier sterk voor. Wij constateren dat in de procesgang die nu leidt naar een voorstel tot het opheffen van de SW cliëntenraad, hier absoluut geen sprake van is. Eerder het tegenovergestelde. Bijvoorbeeld daar waar op een overleg enkel een mededeling wordt gedaan dat er een besluit is genomen tot opheffen, en dat naar onze raad wordt gepresenteerd als medezeggenschap. De schijn wordt nu gewekt dat het college de co-creatie alleen toe wil passen wanneer het uitkomt.

Tot slot enkele inhoudelijke opmerkingen op het voorstel tot het opheffen van de SW cliëntenraad.
1. Het onderbrengen van de SW-cliëntenparticipatie bij de OR en de verschillende gemeentelijke cliëntenraden vindt BBL geen goed plan. Een OR heeft op grond van de wet andere taken dan een cliëntenraad en wij vragen ons af of deze taken wel verenigbaar zijn. Wij vragen ons ook af of de CRSD zowel inhoudelijk als personeel voldoende toegerust zal kunnen zijn voor deze taak. Bovendien is het voor een gemeentelijke cliëntenraad heel moeilijk om invloed uit te oefenen op iets dat regionaal wordt bestuurd.
2. De zeggenschap ligt bij het bestuur van de Ergon (en bij de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten). Daar waar de zeggenschap ligt, moet de medezeggenschap ook geplaatst worden. De huidige SW-raad is dus prima op z’n plaats. Dat het Ergon-bestuur liever zaken doet met de eigen OR neemt BBL ter kennisgeving aan.
3. In het raadsvoorstel (pag. 5) wordt de cliëntenparticipatie en –vertegenwoordiging versnipperd en verdeeld over vele partijen en momenten. Het wordt hierdoor bijkans onmogelijk voor de cliëntengroep om gezamenlijk op te komen voor hun positie binnen het beleid en de uitvoering.
a) de vakbonden vertegenwoordigen de cliënten in het dagelijks bestuur van het RWB b) de OR van Ergon c) de halfjaarlijkse bijeenkomsten van cliënten uit gemeenten, SW-bedrijven en het UWV d) de gemeentelijke cliëntenraden (sociaal domein).

Het raadsvoorstel kunt u hier (pdf) lezen.