Tegenprestatie in verordening Sociaal Domein Eindhoven? No Way!

In de meningsvormende vergadering van dinsdag 30 mei werd het Nieuw Raadsvoorstel technische wijziging Verordening Sociaal Domein (pdf) besproken. Hieronder de bijdrage van de Brede Beweging LinksOm zoals deze door fractievoorzitter Patrick van der Voort werd voorgedragen.

Met het opleggen van een tegenprestatie, moeten mensen die buiten hun schuld om geen betaald werk meer hebben, of geen mogelijkheden meer hebben om in hun eigen levensonderhoud te voorzien, dubbel en dwars betalen voor het falen van het systeem. BBL vindt dit een grote schande. Met deze maatregel wordt deze groep nog verder gestigmatiseerd en gedegradeerd tot derderangs burgers. Burgers met minder rechten en nog meer plichten.

(Van de bruto-uitkering wordt belasting betaald waaruit ook de kosten voor het sociaal stelsel gedekt worden. Dus een uitkeringsgerechtigde betaald feitelijk met de tegenprestatie dubbel.)

Als argument voor het eisen van een tegenprestatie wordt het begrip solidariteit op een volstrekt valse manier gebruikt; kwetsbaren moeten solidair zijn met de sterken. De maatschappelijke solidariteit wordt daarmee uitgehold en daarmee worden de pijlers weggeslagen onder onze zorgzame samenleving. Partijen die dit valse argument gebruiken, sluiten tegelijkertijd hun ogen voor belastingontwijkende multinationals en grootverdieners.

(Superrijken ontduiken voor 30% de belasting die ze eigen zouden moeten betalen; Werkgevers dragen anno 2017 minder bij aan sociale zekerheid dan in 2011. Hun bijdrage nu ligt onder het EU gemiddelde.)

BBL wil geen tegenprestatie opnemen in de verordening. Wat wij willen is een wethouder die zich sterk maakt voor de Eindhovense kwetsbaren. Wij herinneren ons nog goed toen de wethouder in deze raad zich voorstander verklaarde van ‘dwang en drang’ richting de bijstandsgerechtigden. U begrijpt dat BBL daarom voorzichtig is wat betreft de bedoelingen van de wethouder en op dat vlak ook zijn fractie. Deze heeft zich in onze ogen, tot nu toe nog niet duidelijk uitgesproken tegen de tegenprestatie. En BBL vraagt zich af of de kleine ruimte die door de staatssecretaris nog wordt geboden wel optimaal wordt benut.

(Op Kamervragen van 2e Kamerlid mevr. S. Karabulut in 10 maart 2015, antwoord staatssecretaris Klijnsma (3 april 2015) dat: “De wetgever heeft de door het college op te dragen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten niet nader gedefinieerd. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud te regelen.” En “Gemeenten kunnen in hun verordening opnemen dat vrijwilligerswerk van een significante omvang dat iemand verricht, kan worden aangemerkt als tegenprestatie. Het is uiteindelijk aan de gemeente om te beoordelen of dat in een specifiek geval ook als dusdanig wordt gekwalificeerd.“)

Met betrekking tot de tegenprestatie wil Brede Beweging LinksOm nog de volgende opmerkingen en kanttekeningen plaatsen.

  1. Bijstandsgerechtigden hebben moeite met het vinden van een baan. Het verplichte karakter zoals bedoeld wordt met de tegenprestatie, zal alles behalve een positieve bijdrage leveren aan de employability van bijstandsgerechtigden. Hun kansen op het vinden van een reguliere baan worden niet vergroot. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken hebben dit inmiddels aangetoond. Jongeren van niet-westerse afkomst, ouderen (slechts 3%), en ook laaggeschoolde flexwerkers (slechts 16% na 3 jaar) hebben grote moeite regulier werk te vinden. En ondertussen vervullen werkgevers hun vacatures met werknemers uit verre landen. Wat dat betreft is de Nederlandse arbeidsmarkt totaal losgeslagen.
  2. Voor ons bestaan binnen de huidige visie op arbeid, maar twee soorten werk:
    A. Betaald werk, zoals een werknemer in loondienst van een onderneming/stichting, of via detachering van een uitzendorganisatie en ook ZZP -ers.
    B. Vrijwilligerswerk, waar men belangeloos en geheel uit eigen vrije wil (zonder dwang of drang) additionele werkzaamheden verricht. Het gedwongen karakter van de tegenprestatie valt hier niet onder.
    Buiten betaald en vrijwilligerswerk, bestaan er geen andere soorten van arbeid, behalve arbeid waar wij niets te maken willen hebben zoals kinderarbeid en dwangarbeid. BBL is tegen iedere impliciete dan wel expliciete verplichting van vrijwilligerswerk. Dit heeft niks meer met vrijwillig te maken.
  3. Met een tegenprestatie-maatregel afgedwongen vrijwilligerswerk geeft ongemotiveerde medewerkers, schept onvolwaardige participatie en leidt volgens BBL tot het verlies van reguliere arbeidsplaatsen. Grote kans immers dat de “vrijwilliger” dezelfde werkzaamheden gaat doen, die betaalde krachten ook verrichten. Maar omdat deze onvrijwilligers niets kosten verdringen zij betaald werk. Bijvoorbeeld bij de productiearbeid die door participatiewetters (pw-ers), tijdens een zogenaamd werk-leertraject worden gedaan. Dit is normale arbeid, maar dan zonder loon en zonder afdracht van loonbelasting en sociale premies. Daarmee overtreedt de overheid de eigen wetten en regels op dit gebied.

Indien de tegenprestatie wordt opgenomen in de verordening wil BBL de volgende belangrijke punten opgenomen zien:

  1. Opnemen van voorwaarden die verdringing en het werken zonder loon moeten uitsluiten. (met de volgende strekking:
    – Pw-ers die via een opgelegde tegenprestatie een werk-leertraject of anderszins te werk worden gesteld, vallen onder de geldende CAO in de betreffende sector en ontvangen voor de tijd dat zij productiewerk uitvoeren, ten minste het minimumloon, dan wel het voor dat werk geldende CAO-loon.
    – Een proefplaatsing of werk-leertraject mag maximaal 1 maand duren en mag niet meer gevolgd worden door nog een proeftijd dan wel proefplaatsing. Met deelnemende werkgevers wordt uitdrukkelijk vastgelegd dat zij de intentie hebben om de betreffende uitkeringsgerechtigde in dienst te nemen.
  2. Het verplichte vrijwilligerswerk mag nooit uitgevoerd worden bij of in opdracht van commerciële bedrijven.
  3. Het door de cliënt gekozen vrijwilligerswerk wordt geaccepteerd als een door de regering gewenste tegenprestatie.
  4. Een nadere beschrijving in de verordening van geaccepteerd vrijwilligerswerk qua inhoud, aard en omvang en dat de cliënt altijd het laatste woord heeft om zijn/haar keuze te maken zonder dwang of drang.
  5. Een heldere beschrijving in de verordening, onder welke omstandigheden een tegenprestatie wordt opgelegd en de voorwaarden die daarbij gelden.
  6. Ten aanzien van het voorstel over Artikel 3.37 waarin de op te leggen strafmaatregel wordt bepaald, dat wanneer een bijstandsgerechtigde niet of onvoldoende uitvoering geeft aan hem/haar opgedragen tegenprestatie als bedoeld in artikel 3.16, wordt een maatregel opgelegd van 40%.
    Vanuit de overtuiging en visie van Brede Beweging LinksOm en t.a.v de kwalijke uiteindelijke gevolgen voor de betrokken bijstandsgerechtigde, het gezin en voor o.a de kosten voor onze samenleving, zijn wij tegen een dergelijke strafmaatregel. Wij vinden het middel erger dan de kwaal. Indien een strafmaatregel opgelegd dient te worden dient deze meer in lijn te liggen met de gangbare maatschappelijke strafmaatregelen voor soortgelijke vergrijpen. BBL denkt daarbij aan een maatregel van max 5%. Deze dient alleen bij hoge uitzondering opgelegd te worden en slechts dan wanneer alle gevolgen voor de betrokkene, zijn/haar gezin en omgeving en voor de samenleving in kaart zijn gebracht. Een meer accurate en concrete beschrijving hiervan dient in co-creatie met de CliëntenRaad Sociaal Domein uitgewerkt te worden in een nadere regeling.

Leave a Comment